Aanleiding

De veranderde economische omstandigheden in de 19e eeuw leidden, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in Europa, tot armoede en tot alcoholgerelateerde problemen. Als reactie daarop ontstonden veel organisaties die pleitten voor geheelonthouding. Hoewel deze organisaties in verschillende staten enige successen bereikten (zo werd in Maine al in 1851 een volledig verbod op de productie en verkoop van alcohol ingevoerd) leek het streven gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) een langzame dood te sterven.

In 1869 werd echter de Prohibition Party opgericht en in 1874 de Woman’s Christian Temperance Union. Beide organisaties, die nog steeds bestaan, streefden en streven naar een totaalverbod op alcohol. De eerste successen werden behaald in de zuidelijke staten. De voorstanders van het verbod hadden uiterst diverse religieuze achtergronden. De tegenstanders kwamen vooral uit de rooms-katholieke en de Duits-lutherse hoek. Zij waren van mening dat moraal niet door de staat opgelegd moest en kon worden.

Voor- en tegenstanders waren zowel in de Democratische Partij als bij de Republikeinen te vinden. Tijdens de presidentsverkiezingen in 1916 kwam het verbod op alcohol dan ook nauwelijks aan de orde. Begin 1917 trad een nieuw Congres aan met ca. 55% voorstanders en 45% tegenstanders van een alcoholverbod. Toen de Verenigde Staten in april van dat jaar betrokken raakten bij de Eerste Wereldoorlog, waarin Duitsland een van de tegenstanders was, werden de argumenten uit de hoek van de tegenstanders (waarvan er veel van Duitse afkomst waren) meer en meer van tafel geveegd.

Eind 1917 werd het voorstel tot het 18e amendement op de grondwet, dat voorzag in een totaalverbod op productie, verkoop en transport van consumptieve alcohol, door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat aangenomen en begon de ratificatie door de verschillende staten. Op 16 januari 1919 werd het voorstel aangenomen met de ratificatie door Utah, als 36e van de op dat moment 48 staten. Een jaar later, op 17 januari 1920, trad het amendement in werking: alcohol was verboden. Uiteindelijk zouden alle staten, behalve Connecticut en Rhode Island, het voorstel aannemen. New Jersey was op 9 maart 1922 de laatste staat die het amendement ratificeerde.