Jaren 20/30

Met de inwerkingtreding van het amendement verhuisde de handel in drank naar het illegale circuit. Stiekem werd er massaal gedronken. In Canada en Mexico beleefden cafés bij de grens topjaren. Illegale cafés (“speak easies”) ontstonden in achterkamertjes, waar illegaal gestookte drank werd geschonken. Veel criminelen hebben goed geld verdiend aan die handel, de bekendste onder hen is Al Capone. Zij stalen onder meer industriële alcohol (voor de productie van bijvoorbeeld verf) en maakten er weer min of meer drinkbare alcohol van. De Amerikaanse regering dwong daarom in 1926 de fabrikanten van de industriële alcohol middelen toe te voegen die de alcohol ondrinkbaar maakten, waaronder kerosine, benzeen, cadmium, formaldehyde, aceton en methanol. Volgens schattingen kwamen door deze vergiftiging van alcohol minstens 10.000 mensen om het leven.

Franklin Delano Roosevelt zag in dat de drooglegging niet het gewenste effect had en stond alcoholgebruik door volwassenen weer toe. Eerst werd in maart 1933 een wet goedgekeurd, die de grens voor de toegestane hoeveelheid alcohol optrok van 0,5% naar 3,2%. Aan de harde drooglegging kwam een einde toen deze beer law van kracht werd op 7 april 1933. Op 5 december 1933 werd het 21e amendement geratificeerd en was de drooglegging formeel geheel ten einde. Dat wil overigens niet zeggen dat het sindsdien overal in de Verenigde Staten toegestaan is alcohol te verkopen en/of te consumeren. De wetgeving kan per county (of zelfs per kleinere jurisdictie) verschillen. Op plaatsen waar alcohol “toegestaan” is, gelden meestal wel aanvullende regels (bijvoorbeeld voor wat betreft leeftijd).